Conflicthantering: Het Thomas-Kilmannmodel

Conflictsituaties ontstaan als de belangen van de één onverenigbaar lijken met de belangen van de ander. Door conflicten kunnen relaties verstoord worden. Op een werkvloer kan dat tot problemen leiden. Soms volgt mediation om te proberen een conflict op te lossen gebruikmakende van een onafhankelijke derde partij.

Iedereen heeft een eigen voorkeursstijl om met conflicten om te gaan.  Kenneth Thomas en Ralph Kilmann (1974) hebben deze voorkeursstijlen in kaart gebracht. Zij hebben vijf voorkeursstijlen gedefinieerd. Deze vijf stijlen zijn afhankelijk van de mate waarin iemand rekening houdt met zijn/haar eigen belang en de mate waarin iemand rekening houdt met het belang van de ander. De vijf voorkeursstijlen in conflicthantering staan weergegeven in onderstaande figuur.

Het Thomas-Kilmannmodel

Uit de figuur wordt duidelijk dat bij ‘forceren’ het eigen belang voorop staat. Er wordt weinig rekening gehouden met het belang van de ander. Forceren kan behulpzaam zijn als er snel actie ondernomen moet worden. Bij ‘vermijden’ wordt er rekening gehouden met geen enkel belang. Deze stijl kan zinnig zijn als het conflict moeilijk op te lossen is of tact van belang is. Bij ‘exploreren’ zijn zowel het eigen belang, als het belang van de ander belangrijk. In deze situatie wordt een win-win-situatie nagestreefd. Bij ‘toegeven’ wordt het eigen belang ondergeschikt gemaakt aan het belang van de ander. Deze stijl is natuurlijk goed inzetbaar als de ene partij weet dat hij/zij het bij het verkeerde eind heeft of goodwill wil kweken bij de ander. De laatste stijl die in dit model terugkomt is ‘compromis sluiten’. Hierbij probeert men ieders belang gelijkelijk te laten wegen. Deze stijl is zinvol als de belangen ver uit elkaar liggen en een snelle werkbare oplossing niet voorhanden lijkt.

Deze voorkeursstijlen kunnen vastgesteld worden door het invullen van een (beschermde) vragenlijst. De vragenlijst bestaat uit gepaarde beweringen waarbij de invuller de keuze maakt voor die bewering die het meest typerend is voor het eigen gedrag. Op het einde van de vragenlijst kan de invuller zelf een scoreprofiel vaststellen waarmee duidelijk wordt welke voorkeursstijl de invuller heeft.

Dit model gaat er vanuit dat alle stijlen in bepaalde situaties behulpzaam kunnen zijn en dat er niet zoiets bestaat als een ‘superieure stijl’. In de dagelijkse praktijk lijkt het handig om alle stijlen te beheersen omdat elke situatie natuurlijk anders is. Door kennis te hebben van uw voorkeursstijl kunt u zich bewust worden van uw groeipotentieel!

Bron: Van der Horst e.a. (2010). Groot Psychologisch Modellenboek. Culemborg: Van Duuren Management. ISBN: 978-90-8965-052-8.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *